2.Thor de Viking

In de hitte fiets ik voorbij een lopende fietser met veel bagage en lekke band. Het is heet, de zon schijnt recht naar beneden tussen de graanvelden. Ik vraag de man of alles in orde is. Alles is in orde, hij heeft alleen een klapband. Hij komt helemaal uit Portugal gefietst en is bijna bij zijn bestemming. Lopen vind hij niet erg en water heeft hij genoeg. We fietsen door, een paar uur later fiets ik verkeerd en kom hem op de terugweg weer tegen, zittend op een bankje in de schaduw. Hij spreekt mij aan en vertelt mij zijn verhaal, hij is zijn paspoort kwijtgeraakt. Hij hoopt deze weer te veroveren door werk te doen in een centrum voor “refugees”. Hij vindt Utrecht geweldig omdat je er wiet kan krijgen zonder ID.

Altijd die stralende ogen van mensen als je zegt dat je uit Nederland komt en de verwachting dat je ook wel zal blowen. Ik heb er niks mee en vind het vaak zo’n saai gespreksonderwerp. Ondertussen kijk ik naar hem en zie een man die eigenlijk een ander soort toerist is, een fietsnomade. We komen er nog veel meer tegen onderweg en gaan ze sneller herkennen. Veel lichaamshaar, veel laagjes smoezelige kleding en een sterke lichaamsgeur.

Helaas heeft Thor nog geen nieuwe band. De Amerikaanse Prinses heeft hij ook ontmoet, zij had een reserve buitenband, maar deze paste niet. Bij de fietsenwinkel kon hij er een kopen maar die was veel te duur. Hij vertelt dat hij niet meer gaat fietsen of lopen overdag in de hitte, hij is een Viking, reizen doet hij liever in de nacht. Reisgenoot L. haalt mij bij hem weg, we fietsen door, ik hoor hem wat onduidelijks niet al te vriendelijks roepen als wij doorfietsen. In de avond in ons kleine tentje, op een camping aan de fietsweg denk ik aan hem. Ik zie hem in gedachten lopen en in zichzelf praten en struinen, op zoek naar geld, eten, water. Het geeft een unheimisch gevoel.

Wie de film Borgman heeft gezien van Alex van Warmerdam snapt vast mijn gevoel, een nomadisch fietszwerver die ongemerkt een beetje onder de huid kruipt.

De volgende dag fietsen we ruim 20 kilometer en tot onze verbazing passeren wij hem weer. Hij is zijn band aan het oppompen. Die nacht is hij zeker langs ons gelopen, zoveel wegen zijn er niet.

Ik besef dat reizen zonder ID met weinig tot geen geld heel goed kan op de fiets. De grens passeer je meestal ongemerkt, op campings ben je een passant en kan je tentje er best tussen. De ontmoeting met een zwerver ‘s nachts in de toiletgebouwen met een biertje, laat zien dat een tentje niet eens nodig is. Wild kamperen of slapen op bankjes in de schaduw overdag is ook helemaal niet gek in de zomer. Eten is vindbaar in de natuur en overblijfselen op markten. Water is gratis.

Aan het einde van de vakantie blijkt dat ik mijn eigen ID niet eens bij me heb. De paniek slaat toe omdat ik terug ga vliegen. Ook dat blijkt geen probleem, maar in de uren vooraf voel ik mij ineens verbonden met Thor de Viking.